Iedereen maakt situaties mee waar hij weinig controle over lijkt te hebben. Een reorganisatie op het werk, een kritische collega, een onverwachte tegenvaller of een project dat anders loopt dan gepland. Sommige mensen lijken zich relatief snel aan dit soort situaties aan te passen. Ze zoeken naar mogelijkheden, kijken welke invloed ze nog hebben en zetten de volgende stap. Anderen blijven juist langer hangen in frustratie, machteloosheid of het gevoel dat de omstandigheden bepalen wat er gebeurt.
Dat verschil heeft niet alleen te maken met karakter of levenservaring. Binnen de psychologie bestaat een begrip dat helpt om dit verschil beter te begrijpen: de locus of control.
Dit concept beschrijft hoe mensen kijken naar de oorzaken van gebeurtenissen in hun leven. Geloven zij dat zij zelf invloed hebben op wat er gebeurt, of ervaren zij dat hun leven vooral wordt bepaald door toeval, omstandigheden of andere mensen? Die manier van kijken heeft invloed op motivatie, stress, assertiviteit en de manier waarop mensen omgaan met tegenslagen.
Dat betekent niet dat de werkelijkheid altijd maakbaar is. Er zijn nu eenmaal gebeurtenissen waar niemand invloed op heeft. Toch blijkt de manier waarop mensen hun eigen invloed inschatten een belangrijke rol te spelen in hoe zij reageren op moeilijke situaties.
Voor mensen die willen groeien in persoonlijk leiderschap, beter willen omgaan met stress of assertiever willen worden, is locus of control daarom een waardevol concept om te begrijpen.
De term locus of control werd in de jaren zestig geïntroduceerd door psycholoog Julian Rotter. Letterlijk betekent het de plaats van controle. Het verwijst naar de vraag waar iemand de oorzaak van gebeurtenissen legt.
Mensen met een meer interne locus of control ervaren dat hun eigen keuzes, gedrag en inspanningen veel invloed hebben op wat zij bereiken. Zij denken eerder: als ik mijn aanpak verander, kan de uitkomst ook veranderen.
Mensen met een meer externe locus of control ervaren juist dat gebeurtenissen vooral worden bepaald door omstandigheden buiten henzelf. Zij schrijven succes of tegenslag eerder toe aan geluk, pech, andere mensen of factoren waar zij weinig controle over hebben.
Belangrijk is dat dit geen zwart-witverschil is. Vrijwel niemand heeft een volledig interne of volledig externe locus of control. De meeste mensen bewegen ergens tussen beide uitersten en reageren bovendien verschillend afhankelijk van de situatie.
Dat maakt het begrip genuanceerder dan het soms wordt gepresenteerd.
Mensen met een relatief sterke interne locus of control ervaren vaak dat hun eigen gedrag ertoe doet.
Wanneer een project mislukt, zullen zij zichzelf eerder afvragen wat zij de volgende keer anders kunnen doen. Wanneer zij feedback krijgen, zien zij dat vaker als informatie waarmee zij kunnen groeien. Problemen worden sneller benaderd als uitdagingen waar invloed op mogelijk is.
Dat betekent niet dat deze mensen zichzelf overal de schuld van geven. Een gezonde interne locus of control gaat juist over verantwoordelijkheid nemen voor het deel waarop je daadwerkelijk invloed hebt.
Die manier van denken kan veel energie geven.
Wanneer je gelooft dat jouw keuzes verschil maken, wordt het logischer om nieuwe vaardigheden te leren, gesprekken aan te gaan of gedrag aan te passen. Je inspanningen voelen zinvol, omdat je verwacht dat ze ergens toe leiden.
Binnen persoonlijke ontwikkeling zie je dat vaak terug. Mensen die geloven dat zij kunnen groeien, investeren meestal makkelijker in nieuwe vaardigheden dan mensen die denken dat eigenschappen vaststaan.
Bij een meer externe locus of control ligt de nadruk vaker op factoren buiten de persoon zelf.
Wanneer iets goed gaat, wordt dat eerder toegeschreven aan geluk of gunstige omstandigheden. Wanneer iets tegenzit, ligt de verklaring vaker bij andere mensen, beleid, de economie of simpelweg pech.
Ook dat is niet per definitie verkeerd.
Sommige gebeurtenissen liggen inderdaad buiten onze invloed. Niemand kiest zijn collega's, de economische situatie of onverwachte veranderingen binnen een organisatie. Het is gezond om te erkennen dat niet alles maakbaar is.
Het probleem ontstaat wanneer vrijwel alle gebeurtenissen buiten de eigen invloed worden geplaatst.
Wanneer iemand voortdurend ervaart dat zijn gedrag nauwelijks verschil maakt, neemt motivatie vaak af. Waarom zou je moeite doen als de uitkomst toch al vaststaat? Waarom een lastig gesprek voeren als de ander toch nooit verandert?
Juist daar kan een externe locus of control belemmerend worden.
De manier waarop mensen controle ervaren, heeft veel invloed op hoe zij stress beleven.
Stress ontstaat niet alleen doordat er veel gebeurt. Ze ontstaat ook doordat mensen inschatten hoeveel invloed zij op een situatie hebben.
Wanneer iemand denkt dat hij mogelijkheden heeft om met een probleem om te gaan, voelt dezelfde situatie vaak minder bedreigend. Wanneer iemand ervaart volledig afhankelijk te zijn van omstandigheden, neemt de ervaren stress meestal toe.
Dat zie je bijvoorbeeld terug bij veranderingen op het werk.
Twee medewerkers krijgen dezelfde boodschap dat hun afdeling gaat veranderen. De één vraagt zich af welke kansen dit biedt en welke voorbereiding mogelijk is. De ander ervaart vooral onzekerheid en voelt zich overgeleverd aan besluiten van anderen.
De situatie is identiek.
De beleving verschilt.
Dat betekent niet dat een interne locus of control stress voorkomt. Wel kan zij helpen om sneller weer in beweging te komen.
Wie bekend is met de cirkel van invloed van Stephen Covey zal waarschijnlijk overeenkomsten herkennen.
Ook daar draait het om de vraag waarop je invloed hebt en waarop niet.
Een gezonde interne locus of control sluit goed aan bij het denken vanuit de cirkel van invloed. In plaats van voortdurend bezig te zijn met zaken waar je weinig aan kunt veranderen, richt je je aandacht op gedrag, keuzes en acties die wel binnen je bereik liggen.
Dat betekent niet dat je maatschappelijke problemen of moeilijke omstandigheden negeert. Het betekent wel dat je energie investeert op plekken waar je daadwerkelijk verschil kunt maken.
Voor veel mensen geeft dat meer rust.
Niet omdat problemen verdwijnen, maar omdat de aandacht verschuift van machteloosheid naar handelingsmogelijkheden.
Ook bij assertiviteit speelt locus of control een belangrijke rol.
Mensen die moeite hebben met grenzen aangeven, ervaren soms dat zij weinig invloed hebben op gesprekken. Ze denken bijvoorbeeld dat de ander toch boos wordt, dat een leidinggevende niet zal luisteren of dat een collega nooit zal veranderen.
Wanneer zulke overtuigingen sterk aanwezig zijn, wordt het moeilijk om assertief gedrag te laten zien.
Waarom zou je een lastig gesprek aangaan als je verwacht dat het niets oplevert?
Een gezondere interne locus of control helpt om anders naar zulke situaties te kijken. Je beseft dat je misschien geen controle hebt over de reactie van de ander, maar wel over je eigen gedrag.
Je kunt kiezen om rustig feedback te geven. Je kunt duidelijk aangeven waar jouw grens ligt. Je kunt vragen stellen of jouw behoeften uitspreken.
Wat de ander vervolgens doet, ligt buiten jouw invloed.
Juist dat onderscheid maakt assertiviteit vaak gemakkelijker.
Hoewel een interne locus of control veel voordelen heeft, kent ook deze benadering een schaduwkant.
Sommige mensen nemen te veel verantwoordelijkheid op zich.
Wanneer iets misgaat, zoeken zij automatisch de oorzaak bij zichzelf. Ze denken dat zij harder hadden moeten werken, beter hadden moeten communiceren of eerder hadden moeten ingrijpen. Zelfs wanneer omstandigheden een grote rol spelen, blijven zij zoeken naar hun eigen aandeel.
Dat kan leiden tot perfectionisme, schuldgevoel of overmatige verantwoordelijkheid.
Een gezonde interne locus of control erkent daarom ook de grenzen van persoonlijke invloed. Niet alles is maakbaar. Niet iedere uitkomst ligt in jouw handen.
Juist die nuance voorkomt dat verantwoordelijkheid omslaat in zelfverwijt.
Andersom kan een sterk externe locus of control ertoe leiden dat mensen te weinig eigenaarschap ervaren.
Wanneer iedere tegenslag wordt toegeschreven aan anderen, wordt het moeilijk om te leren van ervaringen. Ontwikkeling vraagt immers dat je onderzoekt welke invloed je zelf hebt gehad.
Dat betekent niet dat je overal schuld aan hebt. Het betekent wel dat groei begint met de vraag: welk deel van deze situatie ligt binnen mijn invloed?
Vaak blijkt dat meer te zijn dan mensen aanvankelijk denken.
Misschien kun je de organisatie niet veranderen, maar wel de manier waarop je communiceert. Misschien kun je een lastige collega niet aanpassen, maar wel je eigen reactie. Misschien kun je een reorganisatie niet tegenhouden, maar wel investeren in nieuwe vaardigheden.
Daar ontstaat ruimte voor ontwikkeling.
Een gezonde locus of control begint vaak met bewustwording.
Wanneer je merkt dat je veel piekert over een situatie, kun je jezelf afvragen welke onderdelen werkelijk binnen jouw invloed liggen. Welke keuzes kun je maken? Welk gedrag kun je veranderen? Welke stap kun je vandaag zetten?
Die vragen lijken eenvoudig, maar verschuiven de aandacht van machteloosheid naar mogelijkheden.
Daarnaast helpt het om successen bewust te koppelen aan je eigen inspanning. Mensen met een externe locus of control schrijven positieve resultaten soms volledig toe aan geluk. Door stil te staan bij wat je zelf hebt bijgedragen, groeit het vertrouwen dat jouw gedrag verschil maakt.
Ook kleine succeservaringen zijn daarbij belangrijk.
Iedere keer dat je een spannend gesprek aangaat, een grens aangeeft of een nieuwe vaardigheid oefent, verzamel je bewijs dat jouw handelen invloed heeft. Dat maakt de stap naar de volgende uitdaging vaak kleiner.
Voor leidinggevenden is locus of control een interessant concept omdat het invloed heeft op motivatie en eigenaarschap.
Een coachende leidinggevende probeert medewerkers niet afhankelijk te maken van antwoorden. Hij helpt hen juist ontdekken welke invloed zij zelf hebben.
Dat zie je terug in de vragen die hij stelt.
In plaats van direct oplossingen aan te dragen, onderzoekt hij welke mogelijkheden de medewerker zelf ziet. Welke keuzes zijn er? Wat ligt binnen jouw invloed? Wat zou een eerste stap kunnen zijn?
Daardoor verschuift het gesprek van problemen naar handelingsperspectief.
Niet omdat alle problemen verdwijnen, maar omdat mensen ervaren dat zij zelf weer iets kunnen doen.
Locus of control beschrijft de manier waarop mensen kijken naar invloed en verantwoordelijkheid. Mensen met een meer interne locus of control ervaren dat hun eigen gedrag verschil maakt. Mensen met een meer externe locus of control schrijven gebeurtenissen vaker toe aan omstandigheden buiten zichzelf.
Geen van beide uitersten is ideaal. Een gezonde balans betekent dat je verantwoordelijkheid neemt voor wat binnen jouw invloed ligt, terwijl je tegelijkertijd accepteert dat sommige zaken niet maakbaar zijn.
Voor mensen die willen groeien in assertiviteit, persoonlijk leiderschap of stressmanagement biedt dit een waardevol inzicht. Hoe je naar invloed kijkt, bepaalt namelijk voor een belangrijk deel hoe je omgaat met uitdagingen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van locus of control. Je hoeft niet overal controle over te hebben om invloed te kunnen uitoefenen. Vaak begint verandering met het herkennen van het kleine deel waar je vandaag al iets mee kunt doen.
Bij Supertrainer geloven we dat persoonlijke groei begint met inzicht in jezelf. Hoe beter je leert herkennen waar jouw invloed ligt, hoe makkelijker het wordt om bewuste keuzes te maken, sterker te communiceren en met meer rust om te gaan met uitdagende situaties.
Wil je meer leren over assertiviteit, stressmanagement en persoonlijke ontwikkeling? Meld je dan aan voor onze maillijst. Daar delen we regelmatig praktische inzichten, oefeningen en communicatietips die je direct kunt toepassen in de praktijk.
Fijn als wij je even bellen? Geen probleem!