Hogan Personality Inventory: persoonlijkheid begrijpen op de werkvloer

Auteur: Sanne Kiljan

Waarom neemt de ene medewerker tijdens een vergadering gemakkelijk het woord, terwijl een ander eerst een tijdje luistert voordat hij zijn mening geeft? Waarom krijgt de ene leidinggevende energie van een agenda vol afspraken en gesprekken, terwijl een collega na zo'n dag vooral behoefte heeft aan rust? En waarom werkt iemand uitstekend in een omgeving waarin voortdurend iets verandert, terwijl een ander juist beter functioneert wanneer er duidelijke afspraken en voorspelbare processen zijn?

 

Persoonlijkheid speelt bij al deze verschillen een rol. We hebben allemaal bepaalde voorkeuren in de manier waarop we reageren, samenwerken, beslissingen nemen en omgaan met anderen. Zeker wanneer mensen langere tijd samenwerken, worden die verschillen steeds zichtbaarder.

 

Voor organisaties is persoonlijkheid daarom een interessant onderwerp. Het speelt een rol bij recruitment en selectie, maar ook bij leiderschapsontwikkeling, coaching en het samenstellen van teams. Een van de methodieken die hiervoor internationaal wordt gebruikt, is de Hogan Personality Inventory, meestal afgekort tot HPI.

 

De HPI probeert persoonlijkheid te beschrijven vanuit gedrag dat anderen in het dagelijks functioneren van iemand kunnen waarnemen. Daarmee is de methodiek vooral interessant voor de werkomgeving. Het gaat bijvoorbeeld over de manier waarop iemand contact zoekt, met druk omgaat, structuur aanbrengt en openstaat voor nieuwe ideeën. Voor leidinggevenden kan deze informatie helpen om medewerkers beter te begrijpen en hun manier van aansturen bewuster af te stemmen.

 

Daar hoort meteen een belangrijke kanttekening bij. Een persoonlijkheidsprofiel vertelt nooit het volledige verhaal over een mens. Het kan een bruikbaar hulpmiddel zijn om gedrag te onderzoeken, maar het moet geen etiket worden waarmee gedrag bij voorbaat wordt verklaard.

 

Wat is de Hogan Personality Inventory?


De Hogan Personality Inventory is ontwikkeld vanuit persoonlijkheidsonderzoek en sluit sterk aan bij de traditie van de Big Five, een van de bekendste modellen binnen de persoonlijkheidspsychologie. De HPI richt zich specifiek op persoonlijkheidskenmerken die relevant kunnen zijn voor functioneren op het werk.

 

Daarbij wordt gekeken naar wat Hogan de bright side van persoonlijkheid noemt. Dat zijn eigenschappen die zichtbaar worden wanneer mensen normaal functioneren en redelijk goed met hun omgeving kunnen omgaan. Denk aan de mate waarin iemand sociaal, ambitieus, georganiseerd, nieuwsgierig of emotioneel stabiel overkomt.

 

Dat onderscheid is relevant omdat Hogan naast de HPI ook andere instrumenten kent. De Hogan Development Survey richt zich bijvoorbeeld meer op gedrag dat onder spanning of druk problematisch kan worden, terwijl de Motives, Values, Preferences Inventory kijkt naar onderliggende waarden en drijfveren. Wanneer mensen in organisaties over een "Hogan-assessment" spreken, bedoelen ze daardoor soms een combinatie van verschillende instrumenten. De HPI is daar één specifiek onderdeel van.

 

Binnen de HPI worden zeven belangrijke schalen onderscheiden: Adjustment, Ambition, Sociability, Interpersonal Sensitivity, Prudence, Inquisitive en Learning Approach. Deze begrippen worden meestal in het Engels gebruikt. Iedere schaal beschrijft een continuüm. Een hoge of lage score is daarbij niet automatisch goed of slecht. De betekenis hangt af van de functie, de omgeving en het gedrag van de mensen met wie iemand samenwerkt.

 

Adjustment: omgaan met druk en tegenslag


Adjustment gaat over de manier waarop iemand emotioneel omgaat met spanning, kritiek en tegenslag. Iemand die hier relatief hoog op scoort, komt doorgaans rustig, zelfverzekerd en stabiel over. Problemen worden vaak vrij nuchter benaderd en kritiek wordt minder snel persoonlijk opgevat.

 

Dat kan in een leidinggevende functie prettig zijn. Wanneer een team onder druk staat, helpt het als een manager rust kan bewaren en niet bij iedere tegenvaller uit balans raakt. Tegelijkertijd kan een hoge mate van zelfvertrouwen ervoor zorgen dat iemand minder gevoelig wordt voor signalen dat er werkelijk iets aan de hand is. Feedback kan dan gemakkelijker worden weggewuifd.

 

Aan de andere kant kan iemand die lager scoort alerter zijn op risico's en sneller merken dat iets niet goed loopt. Zo iemand kan zichzelf ook kritischer beoordelen. Dat kan waardevol zijn, zolang die alertheid niet verandert in voortdurend piekeren of onzekerheid.

 

Voor coachend leidinggeven is vooral interessant hoe iemand met feedback en spanning omgaat. De ene medewerker heeft behoefte aan geruststelling en tijd om kritiek te verwerken. Bij een ander kun je juist scherper doorvragen omdat diegene zichzelf misschien minder snel kritisch bevraagt.

 

Ambition: initiatief, invloed en resultaat


Ambition beschrijft onder andere de mate waarin iemand initiatief neemt, competitief is en graag invloed uitoefent. Mensen die hier hoog op scoren, zijn vaak zichtbaar aanwezig en voelen zich relatief gemakkelijk verantwoordelijk voor resultaten. Ze willen vooruit en nemen geregeld vanzelf het voortouw.

 

In organisaties kan dat bijzonder nuttig zijn. Teams hebben mensen nodig die beslissingen durven nemen en beweging creëren. Een hoge ambitie kan echter ook leiden tot concurrentie of een sterke behoefte om zelf richting te bepalen. Wanneer meerdere uitgesproken ambitieuze mensen samenwerken, kan discussie over invloed gemakkelijk onderdeel worden van de groepsdynamiek.

 

Een lagere score betekent niet dat iemand ongemotiveerd is. Iemand kan uitstekend werk leveren zonder behoefte te hebben aan status, competitie of een formele leiderschapsrol. Voor een manager is dat onderscheid belangrijk. Wie ambitie verwart met betrokkenheid, kan stille of bescheiden medewerkers gemakkelijk onderschatten.

 

Coachend leidinggeven vraagt daarom dat je onderzoekt waar iemand zelf naartoe wil. Niet iedere goede specialist wil manager worden en niet iedere medewerker wordt gemotiveerd door promotie.

 

Sociability: behoefte aan contact en interactie


Sociability gaat over de mate waarin iemand actief sociale interactie opzoekt. Mensen die hoog scoren, praten doorgaans gemakkelijk, zoeken anderen op en voelen zich vaak prettig in omgevingen met veel contact. Zij kunnen energie brengen tijdens bijeenkomsten en bouwen soms snel een netwerk op.

 

Een lagere score kan betekenen dat iemand gereserveerder is en minder behoefte heeft aan voortdurende interactie. Dat zegt weinig over sociale vaardigheden. Een medewerker kan uitstekend luisteren en sterke relaties onderhouden, terwijl hij tegelijkertijd liever in kleine groepen werkt en niet graag tijdens iedere vergadering het hoogste woord voert.

 

Dit verschil is voor leidinggevenden bijzonder relevant. In veel organisaties wordt zichtbaar gedrag snel beloond. Degene die tijdens een overleg direct reageert, lijkt betrokken. De collega die eerst nadenkt en een uur later met een uitstekend voorstel komt, kan daardoor minder opvallen.

 

Een goede manager maakt ruimte voor beide stijlen. Soms betekent dat dat je tijdens een vergadering bewust iemand uitnodigt om te reageren. Soms werkt het beter om een onderwerp vooraf te delen, zodat medewerkers die graag eerst nadenken hun gedachten kunnen vormen.

 

Interpersonal Sensitivity: tact en aandacht voor relaties


Interpersonal Sensitivity beschrijft hoe sterk iemand gericht is op harmonie, tact en prettige relaties met anderen. Een hoge score zie je vaak terug bij mensen die diplomatiek communiceren en rekening houden met gevoelens van collega's. Zij kunnen goed zijn in het onderhouden van relaties en merken vaak snel wanneer er spanning in een groep ontstaat.

 

Daar zit ook een mogelijke valkuil. Wie harmonie erg belangrijk vindt, kan moeite krijgen met confronteren. Feedback wordt voorzichtig verpakt, een probleem wordt uitgesteld of een grens wordt onvoldoende duidelijk uitgesproken.

 

Hier ontstaat een interessante koppeling met assertiviteit. Effectieve communicatie vraagt soms dat je een boodschap geeft waarvan je weet dat de ander hem niet prettig zal vinden. Een leidinggevende kan begripvol zijn en tegelijkertijd duidelijk aangeven dat bepaald gedrag moet veranderen.

 

Bij iemand die lager scoort op Interpersonal Sensitivity kan juist het tegenovergestelde aandacht vragen. Duidelijkheid is dan waarschijnlijk geen probleem, maar de impact van die duidelijkheid op anderen misschien wel. Een coachgesprek kan zich dan richten op vragen als: hoe kwam jouw boodschap bij de ander over en wat gebeurde er vervolgens in het gesprek?

 

Prudence: structuur, regels en betrouwbaarheid


Prudence heeft te maken met zelfdiscipline, zorgvuldigheid en de behoefte aan structuur. Mensen die hoog scoren, werken doorgaans georganiseerd, houden zich aan afspraken en denken na voordat zij handelen. In functies waarin nauwkeurigheid belangrijk is, kan dat een duidelijke kracht zijn.

 

Wanneer deze voorkeur sterk aanwezig is, kan flexibiliteit meer moeite kosten. Een plotseling veranderend plan of een collega die veel improviseert, kan irritatie oproepen. Wat voor de één zorgvuldigheid is, wordt door een ander soms ervaren als starheid.

 

Mensen die lager scoren, gaan doorgaans gemakkelijker om met improvisatie en vrijheid. Zij kunnen snel schakelen wanneer omstandigheden veranderen, maar lopen mogelijk meer risico om details of afspraken uit het oog te verliezen.

 

Voor managers is vooral de context belangrijk. Een team waarin iedereen sterk gericht is op procedures kan betrouwbaar functioneren, maar moeite krijgen met snelle verandering. Een team vol spontane improvisatoren kan creatief en flexibel zijn, terwijl structuur juist een terugkerend probleem wordt. Verschillen kunnen elkaar daardoor versterken wanneer mensen leren begrijpen wat de ander toevoegt.

 

Inquisitive: nieuwsgierigheid en nieuwe ideeën


Inquisitive beschrijft de mate waarin iemand nieuwsgierig, fantasierijk en geïnteresseerd is in nieuwe mogelijkheden. Mensen die hoog scoren, vinden het vaak leuk om conceptueel na te denken en bestaande werkwijzen ter discussie te stellen. Zij zien mogelijkheden die anderen misschien nog niet hebben overwogen.

 

Dat maakt deze eigenschap waardevol bij innovatie en strategische vraagstukken. Toch kan een voortdurende stroom nieuwe ideeën ook lastig worden wanneer een team vooral behoefte heeft aan uitvoering. Een oplossing bedenken en een oplossing daadwerkelijk invoeren vragen immers verschillende kwaliteiten.

 

Iemand met een lagere score kan praktischer en concreter naar problemen kijken. Zo iemand hoeft niet per definitie minder creatief te zijn, maar zal doorgaans minder behoefte hebben aan abstracte verkenningen en voortdurende verandering.

 

In teams zie je regelmatig spanning tussen deze voorkeuren. De één wil onderzoeken wat er allemaal mogelijk is, terwijl de ander wil weten wat we maandag precies gaan doen. Wanneer een leidinggevende beide perspectieven serieus neemt, kan juist uit die spanning een betere beslissing ontstaan.

 

Learning Approach: belangstelling voor leren en kennis


Learning Approach gaat over de mate waarin iemand plezier haalt uit leren, kennis vergaren en zichzelf intellectueel ontwikkelen. Mensen die hoog scoren, lezen vaak graag over hun vakgebied, volgen opleidingen of verdiepen zich uit zichzelf in nieuwe onderwerpen.

 

Een lagere score betekent niet dat iemand niet kan leren. De voorkeur kan simpelweg anders liggen. Sommige mensen leren liever door te doen, experimenteren of direct met een ervaren collega mee te lopen dan door een cursus te volgen of theorie te bestuderen.

 

Voor coachend leidinggevenden is dat onderscheid belangrijk. Ontwikkeling wordt in organisaties soms automatisch vertaald naar een opleiding. Voor de ene medewerker is dat precies wat nodig is, terwijl een ander veel meer leert van een uitdagend project en regelmatige feedback.

 

Wanneer je begrijpt hoe iemand graag leert, kun je ontwikkeling beter laten aansluiten bij de persoon.

 

Waarom wordt de HPI gebruikt bij recruitment?


Binnen recruitment kan persoonlijkheidsinformatie worden gebruikt als aanvulling op andere informatie over een kandidaat. Een cv vertelt iets over ervaring en een gesprek geeft een indruk van iemand, maar beide zeggen maar beperkt iets over gedrag dat op langere termijn zichtbaar kan worden.

 

Een HPI-profiel kan helpen om gerichter vragen te stellen. Wanneer een functie bijvoorbeeld veel zelfstandigheid, sociale interactie of nauwkeurigheid vraagt, kan worden onderzocht hoe de voorkeuren van een kandidaat zich daartoe verhouden.

 

Daarbij is voorzichtigheid belangrijk. Een persoonlijkheidstest zou nooit moeten worden behandeld als een glazen bol die voorspelt of iemand succesvol wordt. Functie-inhoud, vaardigheden, intelligentie, ervaring, motivatie, leiderschap en organisatiecultuur spelen eveneens een rol.

 

De grootste waarde ontstaat daarom vaak wanneer een profiel aanleiding geeft tot een beter gesprek. Een score levert een hypothese op die je verder kunt onderzoeken. Het is geen definitief oordeel over de kandidaat.

 

Kun je de HPI gebruiken om een team samen te stellen?


Ook binnen bestaande teams kan de HPI interessante inzichten geven. Vooral verschillen tussen teamleden worden dan zichtbaar.

 

Stel dat een team hoog scoort op ambitie en nieuwsgierigheid, maar relatief weinig behoefte heeft aan structuur. Dat team kan veel initiatieven ontwikkelen en snel nieuwe mogelijkheden zien. Tegelijkertijd bestaat de kans dat ideeën onvoldoende worden afgemaakt. Een manager kan dan onderzoeken hoe verantwoordelijkheden en voortgang beter worden georganiseerd.

 

Een ander team kan juist sterk gericht zijn op zorgvuldigheid en onderlinge harmonie. De samenwerking voelt prettig en afspraken worden nagekomen, maar moeilijke discussies worden misschien onvoldoende gevoerd. Daar ligt een heel ander ontwikkelpunt.

 

Het doel is dus niet om het perfecte persoonlijkheidsprofiel samen te stellen. Zo'n universeel ideaal bestaat niet. Interessanter is de vraag welke kwaliteiten aanwezig zijn, welke perspectieven ontbreken en waar eigenschappen elkaar mogelijk versterken of juist spanning veroorzaken.

 

Persoonlijkheid is geen kleur of hokje


Bij vrijwel iedere persoonlijkheidsmethodiek bestaat het risico dat een model te letterlijk wordt genomen. Mensen houden van eenvoudige verklaringen. Zodra er een profiel beschikbaar is, ontstaat daardoor gemakkelijk taal als: "Dat doet hij omdat hij nu eenmaal zo is."

 

Daarmee verlies je een groot deel van de waarde van persoonlijkheidspsychologie.

 

Persoonlijkheid beschrijft relatief stabiele voorkeuren, maar gedrag ontstaat altijd in een context. Een rustige medewerker kan tijdens een onderwerp waar hij veel vanaf weet bijzonder uitgesproken zijn. Een nauwkeurige collega kan onder grote tijdsdruk improviseren. Mensen leren bovendien vaardigheden waarmee zij gedrag kunnen laten zien dat minder vanzelfsprekend bij hun voorkeuren past.

 

Een profiel helpt daarom vooral om goede vragen te stellen. Wanneer het wordt gebruikt om antwoorden al vooraf vast te zetten, werkt het eerder beperkend.

 

De koppeling met persoonlijk leiderschap


De HPI kan ook interessant zijn wanneer je helemaal geen team hoeft te selecteren. Inzicht in je eigen voorkeuren helpt namelijk om gedrag bewuster te sturen.

 

Een leidinggevende die ontdekt dat hij sterk gericht is op ambitie en resultaat kan bijvoorbeeld onderzoeken wat dat betekent voor medewerkers die meer tijd nodig hebben. Iemand die veel waarde hecht aan harmonie kan zichzelf afvragen of moeilijke boodschappen soms te lang worden uitgesteld. Een manager met een sterke behoefte aan structuur kan bekijken hoe hij reageert wanneer medewerkers op een heel andere manier werken.

 

Daarmee verschuift persoonlijkheid van verklaring naar ontwikkelinstrument.

 

Persoonlijk leiderschap betekent immers niet dat je probeert je persoonlijkheid te veranderen. Het gaat er eerder om dat je begrijpt welke gedragingen vanzelf komen, waar je kunt doorschieten en in welke situaties je bewust een andere aanpak nodig hebt.

 

Hogan en coachend leidinggeven


Voor coachend leidinggeven is diezelfde gedachte waardevol. Goede coaching vraagt dat je niet iedere medewerker op dezelfde manier probeert te ontwikkelen.

 

De ene medewerker heeft baat bij ruimte en autonomie. Een ander wil eerst duidelijkheid over verwachtingen. Sommige mensen praten gemakkelijk over hun gedachten en komen tijdens een gesprek tot inzichten. Anderen hebben tijd nodig om een vraag te laten bezinken voordat ze een goed antwoord kunnen geven.

 

Een persoonlijkheidsprofiel kan zulke verschillen zichtbaar maken, maar het gesprek blijft belangrijker dan de score. Vraag een medewerker daarom of hij zichzelf in een uitkomst herkent. Onderzoek wanneer een bepaalde eigenschap helpt en wanneer dezelfde eigenschap juist lastig wordt. Kijk vervolgens naar concrete situaties op het werk.

 

Op dat moment krijgt een profiel praktische betekenis. Je praat niet langer over abstracte scores, maar over gedrag dat iemand kan herkennen en ontwikkelen.

 

De relatie met gesprekstechnieken en assertiviteit


Persoonlijkheidskennis kan ook helpen om communicatie beter af te stemmen. Een uitgesproken sociale medewerker zal een coachgesprek misschien anders ervaren dan iemand die terughoudender communiceert. De eerste denkt mogelijk hardop en heeft baat bij interactie. De tweede wil een vraag eerst rustig verwerken.

 

Afstemmen betekent overigens niet dat je jezelf volledig aanpast aan de ander. Zeker bij assertiviteit is dat onderscheid belangrijk. Als leidinggevende moet je soms een grens stellen, feedback geven of een beslissing communiceren. De persoonlijkheid van de ander kan je helpen bepalen hoe je dat gesprek voert, maar verandert niet automatisch de boodschap die nodig is.

 

Je kunt dus rekening houden met de manier waarop iemand informatie verwerkt en tegelijkertijd duidelijk blijven over wat je verwacht. Juist die combinatie maakt communicatie vaak effectiever.

 

Wat zijn de beperkingen van de Hogan Personality Inventory?


Geen enkele persoonlijkheidsmeting kan menselijk gedrag volledig voorspellen. Dat geldt ook voor de HPI. Een profiel geeft informatie over tendensen en voorkeuren, terwijl daadwerkelijk gedrag mede wordt bepaald door de situatie waarin iemand terechtkomt.

 

Daarnaast bestaat bij assessments altijd het gevaar van schijnzekerheid. Een getal of grafiek ziet er precies uit en kan daardoor objectiever voelen dan de werkelijkheid is. De interpretatie blijft echter belangrijk. Een hoge score die in de ene functie behulpzaam is, kan in een andere functie juist aandacht vragen.

 

Ook bij teams moet je voorzichtig zijn met de gedachte dat bepaalde persoonlijkheden automatisch goed of slecht bij elkaar passen. Verschillen kunnen conflicten veroorzaken, maar ze kunnen een team eveneens sterker maken. Twee mensen die totaal anders denken, kunnen elkaar frustreren. Ze kunnen elkaar ook behoeden voor blinde vlekken.

 

Daarom hoort een instrument als de HPI thuis binnen een bredere analyse. Kijk naar ervaring, vaardigheden, motivatie, gedrag, teamcontext en de eisen van een functie. Het profiel voegt informatie toe aan dat geheel.

 

Hoe kun je de HPI praktisch inzetten als leidinggevende?


Wanneer je als leidinggevende met een Hogan-profiel werkt, is het verstandig om te beginnen bij herkenning. Bekijk samen met de medewerker welke uitkomsten herkenbaar zijn en waar twijfel bestaat. Bespreek vervolgens concrete situaties waarin bepaalde eigenschappen zichtbaar worden.

 

Van daaruit kun je kijken naar de effecten van gedrag. Wanneer helpt een sterke eigenschap iemand? Wanneer slaat dezelfde voorkeur door? Wat merkt de omgeving daarvan? Welke situaties vragen juist om gedrag dat minder vanzelfsprekend voelt?

 

Daar liggen vaak de interessantste ontwikkelvragen.

 

Een medewerker hoeft vervolgens niet zijn persoonlijkheid te veranderen. Iemand die van nature terughoudend is, hoeft geen extravert persoon te worden. Misschien wil diegene wel leren om tijdens belangrijke vergaderingen eerder zijn mening te geven. Een leidinggevende die sterk resultaatgericht is, hoeft zijn ambitie niet kwijt te raken. Hij kan wel oefenen om tijdens coachgesprekken langer vragen te stellen voordat hij zelf met een oplossing komt.

 

Zo wordt persoonlijkheidskennis concreet. Het gaat uiteindelijk om gedrag dat iemand bewust kan inzetten wanneer de situatie daarom vraagt.

 

Tot slot


De Hogan Personality Inventory is een persoonlijkheidsmethodiek die veel wordt gebruikt binnen organisaties, onder andere bij recruitment, leiderschapsontwikkeling en teamontwikkeling. Het instrument beschrijft zeven persoonlijkheidsdimensies die iets zeggen over de manier waarop mensen doorgaans functioneren wanneer zij op hun best zijn.

 

Voor leidinggevenden kan die informatie helpen om verschillen binnen een team beter te begrijpen. Je krijgt taal om te praten over ambitie, sociale voorkeuren, structuur, nieuwsgierigheid, omgaan met spanning en manieren van leren. Daarmee kunnen ontwikkelgesprekken concreter worden en kun je bewuster nadenken over de samenstelling en begeleiding van een team.

 

De waarde van zo'n profiel staat of valt echter met de manier waarop je ermee omgaat. Persoonlijkheid is geen vast script en een testuitslag vertelt nooit precies hoe iemand zich morgen zal gedragen. Gebruik de HPI daarom als vertrekpunt voor nieuwsgierigheid en gesprek, niet als etiket.

 

Voor coachend leidinggevenden ligt daar waarschijnlijk de interessantste toepassing. Hoe beter je begrijpt welke voorkeuren iemand meebrengt, hoe gerichter je kunt onderzoeken welk gedrag helpt, waar iemand zichzelf tegenkomt en welke ontwikkeling mogelijk is. Uiteindelijk vertelt een persoonlijkheidsprofiel waar bepaalde voorkeuren liggen. Wat iemand daar vervolgens mee doet, ontstaat op de werkvloer.

Sanne Kiljan

Sanne Kiljan
Chef Contact

Bel je ons op? Dan krijg je Sanne aan de lijn. Hij helpt je bij het uitzoeken van de juiste training!